Uit reizen haal ik ook veel inspi­ratie. Het onderge­dom­peld zijn in een andere cul­tu­ur, met zijn eigen gewoon­ten, kleuren, smak­en en geuren laat me daar­na met andere en frisse ogen naar mijn eigen omgev­ing kijken. Het rel­a­tiveert en zorgt dat alles min­der vanzelf­sprek­end wordt. Daar­naast geeft het let­ter­lijk nieuwe beelden in m’n hoofd, die meer indruk mak­en dan een film of boek.

In Bhutan sliepen wij een nacht in het farm­house van deze vrouw, die ons samen met haar kleinkinderen ontv­ing. Een geweldig lev­endig mens, con­stant bezig met zor­gen én prat­en. Gesprekken gin­gen met name over de op han­den zijnde dorpsverkiezin­gen (nieuw in het nog niet zo lang democ­ra­tis­che Bhutan), waar haar zoon aan deel­nam, zo begrepen wij van onze gids. Haar mond was rood van de betel­noten en bladeren, waar ze op kauwde. Ze zat liev­er op de grond dan op een stoel en at heel hand­ig han­den vol rijst. We hebben de hele avond met plezi­er naar haar en haar mantra’s pre­v­e­lende man gekeken.

Bhutanese boerenfamilie

Het was een kaal en een­voudig huis met een emmer water in een hok als bad­kamer. Wij sliepen in de kamer naast het huisaltaar, onder opgezette dieren aan het pla­fond als bescherming tegen kwade kracht­en. De vol­gende ocht­end ston­den de kinderen keurig gekamd en in school­u­ni­form­p­jes klaar, met rode rub­beren laarsjes om door het moeras naar school te lopen.
Af en toe bedenk ik dat zij ook nu daar wonen en lev­en, net als alle andere mensen die we in de loop der jaren ont­moet hebben. Het geeft een gevoel van ver­bon­den­heid met al die plekken.